zondag, mei 20, 2012

4 op de 10 leraren gebruiken digitaal schoolbord niet

“Pedagogisch en didactisch missen leraren kansen”

Ruim 70% van de leraren in Vlaamse secundaire scholen kan over een digitaal bord of interactive whiteboard beschikken. Toch maakt amper 44% er effectief gebruik van. Leraren die ermee werken, kunnen er technisch wel mee overweg, maar pedagogisch en didactisch missen ze kansen. Dit stelt Stijn Van Laer (Universiteit Antwerpen) vast na een bevraging bij 420 leraren uit 240 scholen. Hoe zwaar weegt de erfenis van het krijtbord?



    Digiborden



Tien jaar geleden waren digitale borden een rariteit op school. Hoe zit dat nu?

Stijn Van Laer: “Totaalcijfers voor Vlaanderen hebben we niet, maar het aantal varieert van nul tot tien digiborden per school. Dat aantal gaat zelfs omhoog, want volgens producenten neemt de verkoop aan scholen nu al drie jaar lang sterk toe. Er is wel een verschil in het aantal digiborden in het basis- en secundair onderwijs. Dat kun je zien aan de maxima: basisscholen tellen maximaal zeven digiborden, secundaire scholen tien. Meer dan 70% van de bevraagde leraren secundair onderwijs geeft aan dat er een digitaal schoolbord is in hun school. Ongeveer 10% daarvan zegt dat ze ook beschikken over toestellen die daarbij horen: stemkastjes, tablets e.d.”


Hoe staan we daarmee ten opzichte van andere Europese landen?

Stijn Van Laer: “We hinken qua aantal digitale schoolborden wat achterop als je naar een aantal buurlanden gaat kijken. In Engeland tellen basisscholen gemiddeld 18 digitale borden en secundaire scholen zelfs 38. Ook in Nederland zie je ze meer. We hebben nog inhaalwerk, ook qua gebruik.”


In het secundair onderwijs kan 70% van de leraren over een digitaal schoolbord beschikken. Gebruiken ze het ook?

Stijn Van Laer: “Van die 70% werkt maar 62% er echt mee. Als je dat percentage uitspreidt over alle Vlaamse leraren, werkt anno 2011 zelfs maar 44% met een digitaal schoolbord. Heel wat leraren geven wel aan dat ze het graag zouden willen gebruiken. Dat valt op bij demonstraties. Leraren hebben interesse in wat ze ermee op multimediaal en interactief vlak kunnen doen. Maar ondanks het bestaan van nascholingen om met digiborden te leren werken, lijken die onvoldoende in te spelen op de (echte, vaak onbewuste) behoeften van de leraren en leerlingen .”

Digiborden 02

Zijn er ook verschillen qua onderwijsnet?

Stijn Van Laer: “De meeste digitale schoolborden vind je in scholen van het Go!, het gemeenschapsonderwijs. Op dat punt is er dus inderdaad een verschil. Maar de leraren van het Go! gebruiken het daarom niet meer. In het algemeen ervaren leraren voor hun praktijk onvoldoende de toegevoegde waarde van het digitale schoolbord. Dat zie je ook in het buitenland.”


Wat bedoel je met toegevoegde waarde?

Stijn Van Laer: “Weinig leraren benutten de vele mogelijkheden van het digitale schoolbord. Ze passen hun manier van lesgeven niet aan. Meestal gebruiken ze het digibord als geavanceerde vervanger van een krijtbord: een plat vlak waarop je schrijft, tekent of sporadisch media presenteert. Het multimediale, laat staan het interactieve gebruik beperken ze tot powerpointpresentaties. Hierin ligt volgens mij dan ook de sleutel. Het digitale schoolbord functioneel inzetten in de eigen lespraktijk, geïntegreerd in het design van de les. Dit impliceert dat ook de didactiek afgestemd wordt op het gebruik van het digibord. Het effect meten van het gebruik van een digibord is wel moeilijk. Europees bestaan daar weinig of geen cijfers over.”

“Je start in september en ineens hangt er zo’n bord in je klas. Tja ...”

Je spreekt in je onderzoek over vijf categorieën van gebruikers. De meeste leraren vallen onder de noemer geïnitieerde gebruiker. Pedagogischdidactisch bevinden ze zich zelfs op beginnend niveau. Wat wil dat zeggen?

Stijn Van Laer: “Hun ICT-vaardigheden volstaan om veel (de geavanceerde functies te gebruiken) met het bord te kunnen doen. Dat klinkt goed, maar het is geen reden tot juichen. Op technisch vlak vallen de meeste leraren dus inderdaad onder de noemer geïnitieerde gebruiker, maar op pedagogisch en didactisch vlak zijn we in Vlaanderen vaak nog beginnende gebruikers. We moeten nog over de pedagogische drempel heen. Je kunt afwachten tot het gebeurt of de leraar aanmoedigen. Hoe dan ook moet er in nieuwe pedagogie en didactiek worden geïnvesteerd. Daar moet iedereen aan werken.”

Hoe komt het dat in Vlaanderen leraren die het digitale bord gebruiken hierbij pedagogisch achterblijven?

Stijn Van Laer: “Doordat de aankoop van het bord misschien topdown is beslist, bijvoorbeeld door de directeur of ICTcoördinator. Je start in september en ineens hangt er een digitaal bord in je klas. Je kunt het een beetje vergelijken met de massale aankoop van computers via het PC/KDproject in de periode 1998-2003. Het bewijst vooral dat een digitaal bord een nieuw instrument is waarop het pedagogische en didactische moeten aansluiten. Anders heb je weinig meer dan technology push.”


Wat is daarvoor nodig?

Stijn Van Laer: “Een digitaal schoolbord hoort in een aangepast lokaal te hangen: er moet ruimte zijn voor interactiviteit, denk maar aan eilandjes of de banken in U-vorm voor het bord, groepen van maximum tien leerlingen … De nieuwste generatie digitale schoolborden is multitouch. Dat betekent dat meerdere leerlingen er tegelijk op kunnen werken en ook verschillende dingen kunnen doen. Dat lukt niet echt met een grote groep. Een tweede voorwaarde is dat de studenten in de lerarenopleiding kennismaken met werkvormen waarbij het digitale schoolbord een centrale plaats inneemt. Technisch is er nooit echt een probleem voor leraren, maar het didactische is dat wel. Daarmee gaan aangepaste werkvormen en leermaterialen samen. Om dat werkelijk te omlijnen, zouden architecten, softwareontwerpers, uitgevers, leraren en lerarenopleiders moeten samenzitten. Ten slotte moet het beleid de pedagogie op punt stellen voor het gebruik van digitale schoolborden.”


Wat zegt de markt van digitale borden?

Stijn Van Laer: “Ze worden steeds goedkoper en gebruiksvriendelijker. Dat laatste is essentieel. Ik heb zelf meegemaakt hoe moeilijk zo’n bord te installeren kan zijn, en dan heb ik het zowel over de soft- als hardware, de installatie, de aansluiting op het netwerk en de beveiliging. Daarom heb ik ook hieraan aandacht besteed tijdens mijn onderzoek. In het bedrijfsleven zijn digitale schoolborden of andere interactieve toepassingen én web- en videoconferencing en mediagebruik meer ingeburgerd.“

Nascholing nodig? Informeer bij de fabrikant van je digitale bord. Ze organiseren geregeld trainingen en vakgebonden peer-to-peer instructiedagen.


--------------------------------------------------

Tekst: Jan T’Sas
Foto’s: Ivan Mervillie, Luc Daelemans

Recente uitgaven

ischool06

ischool04

ischool03

image

ischool01

Banner

ischool Informatie

  • iSCHOOL staat voor inhoud over innovatie op het vlak van infrastructuur en ICT in het onderwijs.
  • In een school moet levenslang leren in optimale omstandigheden kunnen plaatsvinden – zowel qua concept, infrastructuur, inrichting, ICT als pedagogiek en didactiek.

Contacteer ons

Heb je vragen, wil je een abonnement of wens je
informatie over iSCHOOL magazine?

Neem nu contact op met onze redactie!

ischool magazine op Facebook en Twitter

Het ischool magazine kan je vanaf nu ook volgen op Facebook & Twitter. Blijf op de hoogte van de laatste nieuwe innovaties in verband met ict en infrastructuur in het onderwijs!

facebook-logo      twitter-icon

Facebook

Twitter