KaSo Maaseik verenigt 4 interessegebieden op één campus
dinsdag 14 juni 2011 15:36
 |
|
Masterplan ondersteunt nieuwe onderwijsvisie Net buiten het centrum van Maaseik voltrekt zich momenteel naar onderwijsnormen een uniek pedagogisch en infrastructuurproject. De Katholieke Scholengemeenschap Maaseik-Kinrooi (Kaso Maaseik-Kinrooi) centraliseert er alle belangstellingsgebieden in de bovenbouw van het secundair onderwijs op één campus. Zo wil het schoolbestuur de schotten tussen de verschillende onderwijsvormen wegnemen. Een doordacht masterplan voor de site ondersteunt deze visie.
|
Op een 16 ha grote campus langs de Weertersteenweg in Maaseik ontplooit zich al bijna 10 jaar een uniek opzet in het Vlaamse onderwijslandschap. Kaso Maaseik-Kinrooi centraliseert er alle onderwijsvormen – of belangstellingsgebieden zoals de school ze zelf noemt – op één campus. Die centralisering is noodzakelijk om de doelstellingen in het pedagogisch structuurplan van de school te realiseren. Algemeen directeur Eric Rutten licht toe: “We willen de ons toevertrouwde jonge leerlingen correct oriënteren in hun studierichting en hen leren omgaan met jongeren vanuit andere interessegebieden. Door alle belangstellingsgebieden uit de bovenbouw van het secundair onderwijs op één campus samen te brengen, kunnen we bovendien onze middelen optimaliseren.” Op de campus Harlindis en Relindis vinden we vandaag vier belangstellingsgebieden: Nijverheid en techniek, Talen en wetenschappen, Handelswetenschappen en Sociale wetenschappen en welzijn, aangevuld met het deeltijds onderwijs en een nascholingscentrum Arcus Plus. “De eerstegraadsschool is op drie locaties aanwezig: Maaseik, Neeroeteren en Kinrooi. Dit om de samenwerking tussen het basisonderwijs en de eerste graad te bevorderen en zo een vlottere overgang te krijgen. We ijveren er overigens naar om op iedere vestiging hetzelfde keuzepakket aan te bieden om zo de afstanden voor de leerlingen zo kort mogelijk te houden,” vult Eric Rutten aan.
 |
|
Langetermijnvisie De centraliseringsoperatie voor de bovenbouw gebeurt op de campus van de vroegere technische school Sint- Jansberg. En dat is geen toeval, zo blijkt. “We beschikten hier over de nodige ruimte, de campus is 16 ha groot en baadt in het groen. Er waren hier ook stedenbouwkundige mogelijkheden gezien de zonering en de ligging was verkeerstechnisch gunstig. Bovendien is het verplaatsen van een technische school een dure aangelegenheid.” Na een prospectie bij enkele Vlaamse architectenbureaus besloot Kaso Maaseik-Kinrooi in zee te gaan met de Leuvense architectenvennootschap AR-TE en het zusterstudiebureau STABO voor de uitwerking van een masterplan. Het vertrekpunt was een grondige analyse van de site. “Kenmerkend zijn het groen en de ruimte,” geeft Dirk D’herde, architect- bestuurder bij AR-TE aan. “Die eigenschappen wilden we valoriseren in het onderwijsgebeuren. Verder hebben we de kwaliteiten en gebreken van de bestaande schoolgebouwen ontleed. In het uitwerken van het masterplan hebben we gekeken hoe de nieuwe bouwvolumes hier op in konden spelen. Een laatste belangrijk aandachtspunt in het ontwerp was de mogelijkheid om het project gefaseerd te realiseren. Het zou hier sowieso om een langetermijn verhaal gaan.”
|
Leren in een letter
Het uiteindelijke masterplan brengt centraal op de campus een groene as die als bindend element fungeert tussen de nieuwbouw en de bestaande structuren. De nieuwbouw kreeg de lay-out van de hoofdletter E. De benen staan daarbij naar de groene as gericht. Door het creëren van doorsteken in de bestaande bebouwing, worden nieuw en oud met elkaar verweven in deze groene as. In de laatste fase van het bouwproject zullen de nieuwe en oude gebouwen overigens met elkaar verbonden worden via een overdekking. Vandaag is het lange been van de hoofdletter voltooid en wordt de laatste hand gelegd aan twee korte benen. Die zullen respectievelijk een internaat en een polyvalente zaal met een capaciteit voor 700 personen en de voorzieningen voor een productiekeuken herbergen. In een laatste bouwfase – die momenteel in aanbesteding is – wordt het laatste been gebouwd. Dat zal plaats bieden aan klaslokalen en de administratie voor de bovenbouw. In totaal is voor de campus een bouwprogramma van ± 20 000 m2 nieuwbouw bestudeerd, met een netto-bouwkost van ± 21,5 miljoen euro. “Het nieuwbouwcomplex is flexibel opgevat. Zo laat het nu al toe om de noden tijdens de bouwwerken op te vangen. Bepaalde ruimtes krijgen immers tijdelijk een andere functie dan hun definitieve functie. Op het einde van de bouwcampagne maakt die flexibiliteit het mogelijk verschillende studieomgevingen met een eigen identiteit te creëren binnen een groter geheel,” legt Dirk D’herde uit. In 2012 moeten de werken voor het nieuwe deel van de campus voltooid zijn en kan verder gewerkt worden met de hoofdbrok van de verbouwingswerken aan de bestaande gebouwen van het vroegere Sint-Jansberg.
Veilig schoolverkeer Een ander opmerkelijk gegeven is de verkeersafwikkeling rond en op de campus. Die gebeurt niet langs de openbare weg zoals bij het merendeel van de scholen. Een centrale toegangsdreef leidt de leerkrachten en leerlingen naar een parkeerzone een eind van de drukke Weertersteenweg. Die parkeerzone is zo ingeplant dat ze het leefgedeelte van de leerlingen niet beïnvloedt. De wagens worden afgeleid naar een parking, het busverkeer heeft een eigen zone naast de schoolgebouwen. In de toekomst wordt de aansluiting van de dreef op de Weertersteenweg aangepast om een geleidelijkere en veilige instroom naar de campus te krijgen.
|
|
 |
Pioniersvisie Kaso Maaseik is omwille van zijn unieke onderwijsvisie geselecteerd door voormalig minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke als ‘proeftuinproject’. In de schoot van de Koning Boudewijnstichting kreeg de school tijdelijk een aangepaste regelgeving en ondersteuning om het pedagogisch project alle kansen te geven. Daarnaast heeft de scholengemeenschap een sterke visie over de uitbouw van het avond- en weekendonderwijs tot een competentie- en innovatiecentrum, Arcus Plus. Hiertoe sloot de school samenwerkingsvormen af met de socio-economische partners. Dit laat enerzijds leerkrachten toe zich te laten bijscholen in het bedrijfsleven, en anderzijds kunnen bedrijven en particulieren verder studeren binnen de schoolmuren in het kader van levenslang leren.
--------------------------------------------------
Tekst: TiM Vanhove
Fotografie: Uzien Fotografie